Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 12 maart 2010

Necrologie Hans van Mierlo

Hans van Mierlo

(18 augustus 1931 – 11 maart 2010)

“De man die het altijd zo treffend weet te zeggen en gelijk krijgt ook” ( HP/De Tijd, 1991)

“Ik dacht: ik moet even de kans krijgen om het aan iedereen uit te leggen, dus dat is even werken, maar dan is het ook gebeurd.”. Met de jongensachtige charme van James Dean stortte de jonge journalist Hans van Mierlo zich op vijfendertigjarige leeftijd in het avontuur D66. Een nieuw kiesstelsel, echte democratie, Nederland veranderen. Iedereen zou snel de noodzaak ervan inzien, en daarna konden ze zich weer met leuke dingen bezighouden. Terug de journalistiek in.

Het liep anders. D66 zou het levenswerk van Hans van Mierlo worden. Met de filosofische kracht van Marcus Aurelius en gewapend met de retorische gaven van Winston Churchill bestormde Van Mierlo het politieke toneel en wist vele kiezers achter zich te scharen. Kiezers die, na jaren van politiek ‘geharrewar’, toe waren aan vernieuwing. Geleid door de ideeënwereld van Montesquie, waarin macht altijd een tegenmacht moet hebben, gaven Van Mierlo en het jonge D66 kiezers hoop op een beter bestuur en op een meer kritische volksvertegenwoordiging. Eenvoudig was dit niet. Meermaals liepen idealen van directe democratie en pragmatisme op de klippen van de vastgeroeste machtspolitiek. Hans van Mierlo wijdde er zijn leven aan de zwaktes in het Nederlandse politieke systeem bloot te leggen, en heeft dat doel vanuit uiteenlopende functies nagestreefd. Toen Van Mierlo in 1998 afscheid nam van de actieve politiek, kon hij terugkijken op een bewogen carrière waarin hij onder meer lid was van de Eerste en Tweede Kamer, het ministerschap van Defensie en Buitenlandse zaken op zich nam, en benoemd werd tot Minister van Staat.

Hij was een filosoof, een romanticus, een Hamlet in de Tweede Kamer. Voor Nederland betekende hij een nieuw soort politiek. Als oervader van de democratische vernieuwing maakte Hans van Mierlo een einde aan de vanzelfsprekendheid van het overleg, en verving haar voor een cultuur van debat. Hij plaatste burgers tegenover regenten en vertegenwoordiging tegenover bestuur, zoals het in Cleisthenes’ Athene ooit bedoeld was.

Agnost, maar ik doe er niets aan

Henricus Antonius Franciscus Maria Olivia (Hans) van Mierlo werd geboren op 18 augustus 1931 in Breda. Zijn middelbare school doorliep hij bij de Jezuïeten in Nijmegen, waarna hij rechten ging studeren aan de Katholieke Universiteit in diezelfde stad. Aanvankelijk wil hij naar de toneelschool, maar staat nog niet sterk genoeg in zijn schoenen om dat tegenover zijn vader te verantwoorden.

Als student brengt hij de meeste tijd door als romanticus, toneelspeler en dromer. Na een paar jaar vertrekt hij met honderd gulden op zak naar Frankrijk. Hij werkt als visser, houthakker en kortstondig als redacteur voor een lokale krant. Eenmaal terug rondt hij zonder veel problemen zijn studie af en vertrekt hij naar Amsterdam.

Dankzij een familielid kan hij op sollicitatiegesprek komen bij Katholiek dagblad De Tijd, maar als hij in dat gesprek meldt niet meer in God te geloven wordt hij doorverwezen naar het Algemeen Handelsblad (‘’De redacteur zei tegen mij, ik zal zorgen dat je bij het Handelsblad op gesprek kan komen. Daar gelooft niemand in God.’’) Hij verwerft bekendheid nadat hij in 1966 een aantal rondetafelgesprekken publiceert onder de kop ‘gezag en publiek’. Hans Gruijters, een teleurgesteld VVD-lid, betrekt Van Mierlo vervolgens bij het initiatief Democraten 66. Op een vraag van Vrij Nederland in 1967 of zijn carrière in de politiek ligt, antwoord hij: “Carrière? Alleen het woord al maakt me dol.”

Star rises in Dutch politics

D66 kende een roerige aanloop naar haar eerste verkiezingen en het is onwaarschijnlijk dat de partij zonder Van Mierlo echt tot stand gekomen zou zijn. Allereerst was daar de problematiek van het kiezen van een leider: niemand die geschikt was, wilde het doen. Toch weet Gruijters Van Mierlo ervan te overtuigen het leiderschap op zich te nemen. Vervolgens gaat het bijna fout bij het eerste partijcongres. Aangezien alle aanwezigen op democratische wijze het woord mogen voeren, is er na twee dagen nog geen programma en geen lijsttrekker. Terwijl de teleurgestelde Democraten aanstalten maken om te vertrekken, beklimt Van Mierlo een kunstwerk in de hal en roept hij iedereen op om ‘derde kerstdag’ terug te komen. Aldus geschiedde en de totstandkoming van D66 als politieke partij is een feit.

Na een op Amerikaanse wijze gevoerde verkiezingscampagne leidde Van Mierlo D66 met zeven zetels de Tweede Kamer in. Het verkiezingsspotje waarin Hans van Mierlo hardop denkend langs de grachten loopt wordt legendarisch en hij wordt de eerste Nederlandse politicus die op de voorpagina van een Amerikaanse krant staat. ‘Star rises in Dutch politics’ kopt de New York Times de dag na de verkiezingswinst, met daaronder een foto van Van Mierlo, die met een biertje proost op het behaalde resultaat.

Schaduwkabinet

Vol enthousiasme zal de onervaren D66-fractie de vier daaropvolgende jaren oppositie voeren. Bij de verkiezingen in 1971 komen ze met een baanbrekend idee: het schaduwkabinet. D66, PvdA en PPR hebben voorafgaand aan de verkiezingen een regeerakkoord gesloten, zodat de kiezers weten wat ze kunnen verwachten als ze op deze partijen stemmen. Het schaduwkabinet krijgt geen meerderheid, hoewel D66 stijgt van zes naar elf zetels.

In 1972 wordt opnieuw een schaduwkabinet gevormd, maar D66 valt terug naar zes zetels. Van Mierlo voelt zich hiervoor verantwoordelijk, hij treedt af als fractievoorzitter en Jan Terlouw volgt hem op als fractievoorzitter. Wel blijft van Mierlo in de Tweede Kamer als woordvoerder buitenland en defensie. In 1977 verdwijnt van Mierlo vermoeid en teleurgesteld uit de politiek: “Na tien jaar is zich een zekere woordhaat gaan ontwikkelen. De woorden, de woorden, ik kan het niet meer horen en dan is het slecht toeven in dit vak. Dat gevoel heb ik ook als ik een redevoering moet schrijven. Dat krijg ik mijn strot niet meer uit. Ook de waarheid kan je maar een paar keer horen.”

Een denker op Defensie

Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer gaat Van Mierlo aan het werk bij de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname. Ook maakt hij met Marcel van Dam bij de VARA een zeer succesvolle serie over ethiek binnen beroepen. In die jaren neemt hij afstand van de partij, maar het bloed stroomt waar het niet gaan kan en de betrokkenheid blijft. Zo doorbreekt hij in 1980 eigenhandig de patstelling tussen het congres en Laurens Jan Brinkhorst over de plaatsing van kruisraketten. Het congres wil geen kernwapens in Nederland, Brinkhorst wil de optie open houden. Na een toespraak van Hans van Mierlo verandert het ‘Nee’ van de Democraten in een ‘Nee, tenzij’.

In 1981 verzocht de D66-fractie Van Mierlo minister van Defensie te worden in het CDA – PvdA – D66 kabinet Van Agt. Toen het verzoek hem bereikte lag hij op het strand in Spanje: “Ik ben naar Den Haag gegaan om te vertellen dat ik daar in de eerste plaats niet voor voelde en in de tweede plaats het program niet zou uitvoeren omdat ik het onzin vond wat daarin stond. Dat vond de fractie zo leuk dat ze zeiden: nu willen we zeker dat je het wordt.”

Het kabinet zou nog geen twee jaar stand houden, maar over de succesvolle minister Van Mierlo is iedereen enthousiast. Hij zorgde dat de Amerikanen begrip konden opbrengen voor het Nederlandse standpunt met betrekking tot de plaatsing van kernwapens, en ambtenaren en militairen roemden hem. Toen het kabinet Van Agt viel, moest Van Mierlo zijn Defensie portefeuille neerleggen, iets wat hij “ontzettend jammer” vond. Hij bleef de partij trouw: Toen Lubbers hem vroeg of hij op persoonlijke titel wilde blijven, was er “geen haar op zijn hoofd die daaraan dacht.”

Een reden van bestaan

Na zijn ministerschap wordt Van Mierlo lid van de Eerste Kamer. Het gaat in de tussentijd echter bergafwaarts met D66. Hoewel de fractie onder leiding van Maarten Engwirda goed werk verricht in de Tweede Kamer, daalt D66 in de peilingen naar twee procent. In januari 1985 houdt Van Mierlo een toespraak in Arnhem, waarin hij belooft op het partijcongres terug te komen met een politieke boodschap van de Eerste Kamer, een reden van bestaan.

Of hij weer lijsttrekker wil worden weet hij dan nog niet. Nederland is de functie Secretaris-Generaal van de West-Europese Unie aangeboden en het kabinet ziet Van Mierlo als de geschikte persoon hiervoor. Van Mierlo moet kiezen: een mooi huis in Londen met een riant salaris, of opnieuw D66 leiden. In juni 1985 spreekt hij op het partijcongres ‘Een reden van bestaan’ uit, waarin Van Mierlo zijn visie uiteenzet op de staat van de politiek. “We leven in een land van doen alsof. We doen alsof de verzorgingstaat een stabiel bouwwerk is dat met stutten en bijspijkeren overeind kan blijven, en verstikken zodoende het creatief nadenken over alternatieven. We doen alsof de overheid nog steeds bestuurder van de samenleving is, terwijl de overheid allang de greep op de bureaucratie heeft verloren en de bureaucratie de greep op de werkelijkheid.” Ook onderstreept hij het belang van D66: “D66 is veel minder dan andere partijen geworteld in de grote maatschappelijke belangengroepen en hun rollenspel. Dat is een zwakte vanuit het gezichtspunt van de heersende politieke cultuur; het is een kracht als men die cultuur wil veranderen.” De partijleden en de pers zitten massaal te wachten op de laatste woorden van zijn toespraak: “Ik ben van plan mij kandidaat te stellen voor de Tweede Kamer. Ik geloof in D66. En ik ben in principe bereid als kandidaat-lijsttrekker te fungeren.”

Na de toespraak schiet D66 vrijwel direct omhoog in de peilingen. Bijna twintig jaar nadat hij D66 heeft opgericht keert Van Mierlo terug. Ditmaal echter minder naïef, zoals Van Mierlo zelf zegt. “Toen ik twintig jaar geleden in de politiek stapte dacht ik: dat doe ik een tijdje, tot die onrust is vertaald in praktische politieke veranderingen. Ik dacht: wij hebben zo evident gelijk, dat ziet toch binnen de kortste keren iedereen.” Bij de verkiezingen in 1986 behaalt de partij negen zetels. Drie jaar later worden dat er twaalf. Het is duidelijk dat de noodzaak van D66 in de Nederlandse politiek toeneemt en het is opvallend dat de belangrijkste ideeën van Van Mierlo na vijfentwintig jaar nog weinig veranderd zijn. Zo is hij nog steeds voor het districtenstelsel: “In feite kiest Nederland geen 150 volksvertegenwoordigers, maar zes lijsttrekkers. Bovendien houden politici zo een band met hun kiezers en wordt de fractiediscipline doorbroken. Ook het idee van ‘one man, two votes’, één voor de minister-president en één voor het parlement, blijft actueel: “Nu is de verstrengeling van macht en controle een dodelijke omhelzing.”

Het realiseren van het belangrijkste doel van Van Mierlo, de vorming van een vrijzinnig kabinet dat echte immateriële vooruitgang kan boeken zonder de conservatieve krachten van het CDA, laat dan nog op zich wachten. Liberalisering van de winkeltijden, het homohuwelijk, euthanasie, allemaal zijn het thema’s die met het CDA onbespreekbaar zijn. Hoewel er in de vroege jaren negentig al over Paars gesproken wordt, lijkt de afstand tussen PvdA en VVD te groot. Toch zal Van Mierlo zijn doel bereiken.

Paars: de macht doorbroken

1994 was een revolutionair jaar: de langstzittende regeringspartij ter wereld, het CDA, maakte niet langer deel uit van de regering. Dertig jaar na oprichting van D66, heeft Hans van Mierlo ervoor gezorgd dat de machtspositie van de confessionelen in Nederland wordt doorbroken. De totstandkoming van het eerste Paarse kabinet van PvdA, VVD en D66 was een politieke tour de force, die Van Mierlo beschouwde als zijn grootste triomf.

De vanzelfsprekendheid van de macht van de confessionele partijen beëindigen was voor van Mierlo een van de doelstellingen toen hij D66 in 1966 mede oprichtte. Volgens Hans van Mierlo komen confessionele partijen “voor het oplossen van aardse problemen op een bovenaardse manier aan stemmen.”

Als teken van loyaliteit wil Premier Kok dat Van Mierlo een ministerschap accepteert in Paars I, met als dreigement dat het anders niet door zou gaan. Diep in zijn hart was hij liever in de Tweede Kamer gebleven, zijn ware aard was die van een volksvertegenwoordiger. Macht vond Van Mierlo niet interessant: “Ik vind macht saai. Ze verplicht tot moreel verantwoordelijk gedrag.” Om de vorming van het kabinet niet in de weg te staan, besloot hij de portefeuille van Buitenlandse Zaken te aanvaarden. De laatste vier jaar van een markante politieke carrière zou hij daarom doorbrengen als minister van Buitenlandse Zaken.

Minister van Staat

Na vier jaar minister van Buitenlandse Zaken te zijn geweest vindt Van Mierlo het genoeg. In het nieuw te vormen tweede Paarse kabinet krijgt de VVD Buitenlandse Zaken en een andere ministerspost wil Van Mierlo niet: “Ik ontken dat mijn vak minister is en daarom ben ik niet beschikbaar voor een andere portefeuille.” Hij was eerder al afgetreden als partijleider en in 1997 berichtte Weekend: “Mocht Van Mierlo de politiek de rug toe keren, dan is het voor het eerst dat hij kiest voor zijn privéleven.”

In oktober 1998 werd Hans van Mierlo benoemd tot Minister van Staat, een eretitel die voor weinig politici is weggelegd. Ook was Van Mierlo Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ontving hij diverse buitenlandse onderscheidingen. In 2002 treedt Hans van Mierlo nog één keer op als afgevaardigde van Nederland. Hij vertegenwoordigt Nederland bij de EU Conventie over de toekomst van Europa. Na een half jaar geeft hij zijn plaats echter op, vanwege een meningsverschil met het kabinet Balkenende I over de ambities die Nederland in de EU moet hebben.

Overlijden

Hans van Mierlo overleed te Amsterdam op 11 maart 2010.

Citaten van Hans van Mierlo

“Oorlog is niet één drama van miljoenen. Oorlog is miljoenen malen het drama van één.”

“De natiestaat is te groot geworden voor de kleine problemen en te klein voor de grote.”

“Ik ontken dat mijn vak minister is en daarom ben ik niet beschikbaar voor een andere portefeuille.” (in 1998 over stoppen in de politiek)

“I received no congratulations on assuming the EU presidency, only heartfelt commiserations.”

“Ik vind macht saai. Ze verplicht tot moreel verantwoordelijk gedrag.”

“Macht bestaat in de fantasie van mensen die het niet hebben.”

“Ik dacht: ik moet even de kans krijgen om het aan iedereen uit te leggen, dus dat is even werken, maar dan is het ook gebeurd.” (over de oprichting van D66)

“Ik heb over ontzettend veel zaken geen mening, omdat ik er niet over na gedacht heb.”

“Hoe ethisch is het om het belang van de zuiverheid van de ethiek te stellen, boven het belang om tot iedere prijs te voorkomen dat er oorlog uitbreekt?”

“Ik ben 45 jaar en heb nog nooit een bewuste keuze over mezelf gemaakt.”

“Misschien dacht ik vroeger wel een beetje dat ik kon toveren. Het geloof hierin is veranderd, ikzelf niet.”

“Je moet je neerleggen bij het feit dat je helemaal niets zeker kunt weten.”

“De wijze waarop je je met God bemoeit is in onze samenleving al een Christelijke aangelegenheid.”

“Je vervalt zo gauw in de fout niet op zoek te zijn naar de waarheid, alswel naar een bepaalde verdediging van de waarheid.”

“Ik weet niet of je een goed politicus moet zijn. Ik vind één van de manieren om de kloof tussen burgers en politici te herstellen, is om net te doen als anders: jezelf te zijn.”